Kritiek als houding en handeling

36_1_cover-half

Onder de titel ‘nieuwe namen’ weidt het onvolprezen literair-wetenschappelijke tijdschrift Vooys een nummer aan het onderzoek van net gepromoveerde letterkundigen. Het is een bonte aflevering geworden met bijdragen van historische en moderne letterkundigen, van biopolitiek en queer studies tot herinneringscultuur, van gelegenheidsgedichten van 16e-eeuwse edellieden tot de ‘zeesterren’ van Judith Herzberg.

De redactie vroeg mij voor dit themanummer te schrijven over de verhouding tussen de literaire kritiek en literatuurwetenschap in Nederland, maar dan met het oog op de eigentijdse situatie: welke posities worden er in de huidige moderne letterkunde ingenomen ten aanzien van de kritiek? Die vraag leidde meteen tot een volgende, veel ingewikkelder vraag die mij al een tijdje bezighoud, namelijk: wat betekent het eigenlijk om als literatuurwetenschapper (of algemener: geestesweten-schapper) ‘kritisch’ te zijn?

Door een onderscheid te maken tussen ‘kritiek’ als een nieuwsgierig, onderzoekende houding die alles wat als vast gegeven wordt gepresenteerd bevraagt en ter discussie stelt en ‘kritiek’ als een concrete oordelende, evaluatieve handeling wordt het mogelijk enkele uitgesproken positiebepalingen te herkennen en analyseren. Gekeken is onder andere naar de invloedrijke studie De productie van literatuur (2006), het handboek Literatuur in de wereld (2013), de oratie van Yra van Dijk Fanfare uit de toekomst (2014) en het artikel ‘Revanche of conflict? Pleidooi voor een agonistische literatuurwetenschap’ (2014) van Hans Demeyer & Sven Vitse.

Een tip van de sluier: antwoord op de vraag wat het betekent om als letterkundige in de 21e-eeuw kritisch te zijn, lijkt niet gezocht te hoeven worden in het aandeel ‘literaire kritiek’ in de wetenschap. Maar waarin dan wel? Je leest het in Vooys 36.1 (2018).

 

Het artikel ‘Betrokken en/of gedistantieerd? Kritiek als houding en handeling in de moderne geesteswetenschappen en Nederlandse letterkunde’ vormt een tweeluik met het stuk ‘Interpretatie en/of patroon?‘ uit Vooys 31.1 (2013) waarin ik reageerde op de oratie van Rens Bod Het einde van de geesteswetenschappen 1.0 (2012).

 

 

Promotie

Mijn proefschrift is niet alleen ingediend en goedgekeurd, maar ik heb inmiddels ook een datum waarop ik het mag verdedigen!

Dat zal gebeuren op maandagmiddag 15 mei (hoe toepasselijk: de verjaardag van Albert Verwey) om 12.30 precies in de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Wie geïnteresseerd is, is van harte welkom!