Culturele plaatsen

873px-Frank_Boggs_-_Quai_a_la_Seinie,_Paris,_au_Clair_de_Lune_-_Google_Art_Project

Hoe kan de specifieke ruimtelijke dimensie van cultuur (of van specifieke cultuurproducten) worden geanalyseerd? En wat levert een analyse die zich richt op ruimtelijkheid voor nieuwe inzichten op ten aanzien van het bestaande onderzoek?

Deze vragen worden verkend in het onlangs verschenen nieuwe themadossier van LOCUS. Tijdschrift voor Cultuurwetenschappen. Onder de titel ‘Culturele plaatsen’ staan onderzoekers uit verschillende cultuurwetenschappelijke disciplines stil bij de ruimtelijke dimensie van cultuur. Lees hier de artikelen en hieronder alvast het redactioneel:

 

‘Toen op maandagavond 15 april het nieuws bekend werd dat de Notre-Dame te Parijs in brand stond, volgden geëmotioneerde berichten zich razendsnel op. Honderden Parijzenaren stonden op de bruggen en langs het water te kijken naar de vlammen die hoog boven het dak uitsloegen. Sommigen van hen zongen, anderen brandden een kaars. ‘Een deel van ons staat in brand’, schreef de Franse president Macron op Twitter. De volgende ochtend kwamen Franse kranten woorden te kort om de gebeurtenis te omschrijven. Libération sprak op de voorpagina van ‘Notre Drame’ (‘Ons Drama’) en Le Parisien over ‘Notre-Dame des Larmes’ (‘Onze Dame van Tranen’).

De betekenis van de meer dan 850 jaar oude kathedraal strekt ver voorbij haar functie als kerk. In de berichtgeving rond de brand wordt zij niet alleen een ‘symbool van het christendom’ genoemd, maar ook een ‘icoon van de stad’, ‘de ziel van Frankrijk’ en zelfs ‘de Notre-Dame van heel Europa’. Frans Timmermans, vicepresident van de Europese Commissie gaat nóg iets verder: ‘De Notre-Dame is een onderdeel van het erfgoed van Europa en de wereld. Als ze lijdt, lijden wij allemaal’.

Toepasselijk op de situatie is de uitspraak van Winston Churchill, die in 1943 in het kader van de herbouw van het Lagerhuis zei: ‘we shape our buildings, and afterwards they shape us’. Deze uitspraak wordt aangehaald door Remieg Aerts in zijn bijdrage aan de bundel Alles is Cultuur. Vensters op moderne cultuurgeschiedenis (2018). Churchills uitspraak illustreert volgens Aerts de psychologische werking van gebouwen en de invloed die architectuur kan uitoefenen op ons gedrag. Niet alleen de verschijningsvorm van het gebouw, de vormgeving van de ruimte, beïnvloedt ons gedrag en gevoel (voelen we ons geborgen of juist beklemd, welkom of juist buitengesloten?), ook eerdere gebruiksfuncties en de aan het gebouw verbonden verhalen bepalen in sterke mate de betekenis ervan voor een individu of bepaalde gemeenschap. Op den duur kan een gebouw, zo blijkt zeer sterk uit de hierboven aangehaalde typeringen van de Parijse Notre-Dame, het zelfbeeld van haar gebruikers gaan bepalen.

De ‘spatial turn’ in de cultuurwetenschappen

De studie van de betekenis van ruimte en ruimtelijkheid vormt een belangrijke richting in de hedendaagse cultuurstudie. In zijn bijdrage aan Alles is cultuur staat Aerts specifiek stil bij deze richting die ook wel bekend is geworden als de ‘spatial turn’ in de cultuurwetenschappen. Een belangrijke impuls voor de studie van ruimte en ruimtelijkheid leverde het werk van Michel Foucault. In een lezing uit 1967 constateerde hij dat negentiende-eeuwse wetenschappers voornamelijk in temporele termen dachten. Fenomenen werden begrepen in termen van ontwikkeling, verandering, herkomst, crisis:

‘[t]he great obsession of the nineteenth century was, as we know, history: with its themes of development and of suspension, of crisis, and cycle, themes of the ever-accumulating past, with its great preponderance of dead men and the menacing glaciation of the world.’

De twintigste eeuw daarentegen kenmerkt zich juist door een uitgesproken ruimtelijk besef, aldus Foucault. Dit wil zeggen, een besef van gelijktijdigheid:

‘We are at a moment, I believe, when our experience of the world is less that of a long life developing through time than that of a network that connects points and intersects with its own skein.’

De nadruk op plaats en ruimte in de cultuurstudie komt onder andere sterk naar voren in de gehanteerde terminologie, zo signaleert Robert T. Tally Jr. in Spatiality (2013). Cultuurwetenschappers richten zich op de ‘circulatie’ van narratieven, beelden of culturele betekenissen, op het ‘in kaart brengen’ van culturele en sociale ‘netwerken’ of op het ‘lokaliseren’ van verschuivingen daarin. In dit licht valt ook te denken aan de benamingen van nieuwe methoden zoals ‘data mining’ en ‘mapping’ die door de digital humanities worden ondersteund en aangezwengeld. De aandacht voor de ruimtelijke dimensie van cultuur uit zich inhoudelijk in een brede cultuurwetenschappelijke interesse voor herinneringsplaatsen (lieux de mémoires), voor actuele thema’s zoals migratie en toerisme en in steeds grotere mate ook voor de wijze waarop cultuurproducten de beeldvorming rond klimaatverandering beïnvloeden (een focus die binnen de literatuurwetenschap wordt aangeduid als ‘ecocriticism’) kunnen hieraan worden verbonden.

Onder de titel ‘Culturele plaatsen’ verkent dit LOCUS-dossier de mogelijkheden van het hedendaagse onderzoek naar de ruimtelijke dimensie van cultuur. Onderzoekers uit verschillende disciplines waaronder de cultuurgeschiedenis, filosofie en kunstgeschiedenis, buigen zich over de vraag: hoe kan de specifieke ruimtelijke dimensie van cultuur (of van specifieke cultuurproducten) worden geanalyseerd? En wat levert een analyse die zich richt op ruimtelijkheid voor nieuwe inzichten op ten aanzien van het bestaande onderzoek? Iedere bijdrage behandelt daarbij steeds een concrete casus (een kunstwerk, een locatie, een reële of fictieve ruimte). Op die manier wordt vanuit verschillende disciplinaire contexten zichtbaar hoe een culturele plaats betekenis krijgt toegekend, hoe divers die betekenissen kunnen zijn en hoe de plaats uiteindelijk gaat functioneren als meer dan een setting of achtergrond. De bijdragen benadrukken daarmee dat culturele plaatsen geen passieve, toevallige aanwezigheden zijn maar kunnen worden begrepen als actieve actoren. Daarmee sluiten de artikelen aan bij een belangrijk – zo niet het belangrijkste – inzicht dat de spatial turn naar voren heeft gebracht, namelijk ‘dat “ruimte”, groot of klein, zelf een veroorzakende factor is in menselijke samenlevingen en dat er een voortdurende wisselwerking bestaat tussen de mens en zijn natuurlijke en gemaakte omgeving’ (aldus Aerts).

Met deze opzet hopen wij dat het thema ‘Culturele plaatsen: de ruimtelijke dimensie van cultuur’ – dat door sommigen als zeer abstract of erg theoretisch wordt ervaren – naast reflectie ook gerichte toepassingen biedt en inspireert tot nadere exploraties van de plaatsen die zo’n belangrijke functie vervullen in onze huidige cultuur. Plaatsen die soms zo vanzelfsprekend aanwezig zijn, dat we een brand nodig hebben om hun complexe historie en vele betekenissen opnieuw zichtbaar te maken.’

 

***
afbeelding: Frank Boggs, Quai a la Seinie, Paris, au Clair de Lune, 1898

LOCUS gelanceerd

Schermafbeelding 2018-10-19 om 13.10.45De voorbije maanden hebben we met een klein projectteam intensief gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuw online tijdschrift voor cultuurwetenschappen: LOCUS. Afgelopen zaterdag, 13 oktober, is LOCUS feestelijk gelanceerd tijdens de jaarlijkse Studentendag Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit.

Het tijdschrift biedt academisch geïnspireerde artikelen voor een breed publiek dat zich interesseert voor cultuurwetenschappelijk onderzoek in de volle breedte. Het doet dat in de vorm van halfjaarlijkse themadossiers waarin onderzoekers uit verschillende geesteswetenschappelijke disciplines zich buigen over een actueel thema binnen het cultuurwetenschappelijke debat. Voor de eerste editie stelden we een dossier samen rond ‘De Biografie‘ als wetenschappelijk genre. Het volgende dossier (te verschijnen voorjaar 2019) richt zich op de ruimtelijke dimensie van cultuur, zie de Call for Papers.

Naast de themadossiers biedt LOCUS verschillende doorlopend rubrieken: long reads, columns, recensies en opiniestukken, maar ook reflecties op actuele wendingen in het cultuurwetenschappelijke debat en verslagen van congressen en andere academische activiteiten krijgen een plaats.

Voor de lancering schreef ik een artikel over Mary Shelleys beroemde ‘gothic novel’ Frankenstein, die dit jaar zijn 200-jarige bestaan viert. Bij herlezing viel het mij op dat het lezen van wetenschappelijke en literaire teksten zelf een prominente rol speelt in de roman: welk beeld van de lezer treedt in de roman naar voren? En wat zegt dit beeld over het belang van lezen, toen en nu?

Karakteristiek voor LOCUS is de multidisciplinaire focus. Het tijdschrift brengt verschillende disciplines uit de geesteswetenschappen samen en verwelkomt bijdragen vanuit zowel de kunstgeschiedenis als de literatuurstudie, de cultuurgeschiedenis als de filosofie. Dit onderscheidt LOCUS van de bestaande disciplinair georiënteerde vaktijdschriften.

LOCUS stelt zich tot doel bij te dragen aan de valorisatie van cultuurwetenschappelijk onderzoek. De artikelen in LOCUS zijn bedoeld om kennis te delen, te inspireren, betekenis te geven, te duiden en het denken te scherpen.

Een bijdrage leveren? Mail de redactie via locus@ou.nl.

Unknown