Terug naar de tekst I.

800px-BlocksatzIn het voorwoord van zijn boek Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur  (2013) schrijft Thomas Vaessens dat hij specifiek gekozen heeft voor een benadering die een ‘terugkeer naar de tekst’ betekent. ‘[W]aar veel literatuurwetenschappelijk onderzoek de laatste decennia gericht was op de instituties om de literatuur heen (de kritiek, de uitgeverij, het boekbedrijf en het gedrag van verschillende actoren in het veld, waaronder ook de schrijver)’ richt Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur  zich in de eerste plaats op ‘de bijzondere aard, functies en effecten van de literaire tekst.’ (12) In Vaessens’ literatuurgeschiedenis staat met andere woorden niet de context centraal maar de tekst zelf.

Er zijn al langer geluiden te horen die een terugkeer naar de tekst voorstaan. In 1996 schreef Frank Hellemans in Mediatisering en Literatuur. Een moderne, mediavergelijkende literatuurgeschiedenis  bijvoorbeeld dat de aandacht van literatuuronderzoekers al te snel uitgaat naar vormen van ‘afgeleide of secundaire mediatisering’. Die vormen betreffen volgens Hellemans extra-literaire fenomenen die eerder onder de noemer van commercialisering vallen dan onder de noemer cultuur. Het is duidelijk hoe Hellemans deze benadering beoordeelt: ‘het beeld van de schrijver in de media [dringt] het werk als dusdanig op de achtergrond, terwijl precies het literaire werk toch op de eerste plaats datgene is waar het in de literatuur om gaat’.  (13)

Van recentere datum is Daniël Rovers’ essay ‘Let’s talk about text, baby’ verschenen op 30 oktober 2012 op deReactor.  In deze programmatische tekst  wordt o.a. het werk van sociologisch georiënteerde literatuurwetenschappers als Gilles Dorleijn en Jos Joosten onder de loep genomen. Rovers stelt vast: ‘Binnen het vakgebied van Joosten, de Nederlandse letterkunde, hield men zich de laatste twintig jaar bijvoorbeeld steeds minder met de literaire tekst zelf bezig, en onderzocht in plaats daarvan de sociologische inbedding van literaire teksten.’ Volgens Rovers focust dit type literatuuronderzoek zich te eenzijdig op de (sociale) context, te eenzijdig, omdat het ten koste gaat van de aandacht voor de literaire tekst zelf. Deze stelling werd verder uitgediept in een onlangs gehouden debat-avond in Perdu waar onder het thema ‘Radicaal lezen’ naast Rovers, ook Johan Sonnenschein, Aukje van Rooden, Gijsbert Pols en Gaston Franssen hun visie op dit onderwerp naar voren brachten.

Een laatste voorbeeld is de Call for Papers voor het komende Achter de Verhalen congres (26-28 maart 2014). De organisatie van deze vijfde editie van Achter de Verhalen stelt de vraag naar de plaats van de tekst in de modern-letterkundige neerlandistiek. Die vraag wordt zeer specifiek gesteld: moeten teksten ‘hun plaats heroveren in de literatuurstudie’ of  ‘zijn zij nooit weggeweest’ en kunnen zij ‘zonder complexen met andere onderzoeksobjecten’ gecombineerd worden’? In de sessieomschrijvingen komen achtereenvolgens literaire ‘aspecten’ aan bod (stijl, ruimte, personages), verschillende ‘invalshoeken’ (discoursanalyse, ideologiekritiek) en ‘transformaties’ (adaptatie, vertaling, teksteditie). Contextuele aspecten zoals de lezer (receptie-onderzoek) en het literaire veld (institutioneel onderzoek) ontbreken nagenoeg in de sessie-omschrijvingen.

De wens om terug te keren naar de tekst wordt in alle genoemde voorbeelden (meer of minder expliciet) vergezeld van een ‘afkeer’ voor een contextgerichte, in het bijzonder sociologische, benadering van literatuur. Toch is het mij niet altijd duidelijk wat die zogenaamde sociologische benadering waartegen men ageert precies inhoudt en waarom zij een tekstgerichte benadering in de weg zou staan. Zoals James F. English in 2010 al opmerkte in New Literary History:

“There are so many intersections and openings, so many parallel projects of research, so many forms of literary study that rely on sociological thought, and so many forms of sociology that confront the literariness of their own objects and procedures, that the real question today is not whether of even why, but how. How can sociology and literature best take advantage – institutionally as well as intellectually – of their polymorphic and often underacknowledged but nonetheless durable partnership?”

De OSL organiseert vanaf november 2013 de cursus ‘New Sociologies of Literature’ en neemt het citaat van James F. English als leidraad voor de bijeenkomsten. Ik vermoed dat rekenschap van het antwoord op English’ vraag het debat over ‘de terugkeer naar de tekst’ wel eens op een heel ander spoor kan zetten. Na het volgen van deze cursus, of allicht al tijdens, hopelijk dus meer over de terugkeer naar de tekst.

Advertisements
1 comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: