Over tijdschrift Barbarber en het festival ‘De geest moet waaien’

632-687In november 1958 verscheen, in eigen beheer, het eerste nummer van het literaire tijdschrift Barbarber. De oplage bestond uit 100 gestencilde nummers en de redactie had het goedkoopste en dunste papier gebruikt om de kosten tot een minimum te beperken. De omslag werd gesierd door allerhande gemeenplaatsen zoals ‘zeg dat wel’, ‘zo is dat’, ‘de kop is er af’ en ‘wie zal het zeggen’ waarmee de relativerende houding van het tijdschrift duidelijk werd. Barbarber had niet de behoefte om de ‘oude lyriek’ van de Vijftigers met veel lawaai af te schaffen, zij negeerde haar gewoon.

De drie redacteuren G. Brands, K. Schippers en J. Bernlef besloten het eerste nummer rond te sturen naar verschillende prominente literatoren en kunstenaars, maar ondanks deze publiciteitsstunt vond het eerste nummer nauwelijks weerklank. Wanneer men het eerste nummer van Barbarber nu in handen heeft, is dit goed voor te stellen: de onbenulligheid van de uitvoering doet meer denken aan het uiterlijk van een plaatselijk schoolkrantje dan aan een tijdschrift met een vaste plek in ieder Nederlandse literatuurgeschiedenis. Het is dan ook vanaf het verschijnen van het tweede nummer geweest, wanneer Barbarber zijn kenmerkende formaat van een in de lengte gevouwen foliovel krijgt, dat het de aandacht begint te trekken.

Oud-Barbarber-redacteur K. Schippers is te gast tijdens het festival voor het gesproken woord De geest moet waaien dat van 23 tot en met 26 mei plaatsvindt in Arnhem. Een van de rode lijnen in deze editie van het festival is de vraag hoe het nieuwe te herkennen. Over deze vraag zal Schippers met Peter Verhelst op vrijdag 24 mei spreken. Opvallend is de manier waarop de organisatie de vraag naar het nieuwe benadert. Het lijkt niet alleen een vraag die wordt gericht aan de auteurs op het podium maar die ook direct –in een soort zelfhulp-jargon– aan het publiek wordt gesteld. Zo lezen we in de aankondigingstekst:

Waar moeten we ons tegen afzetten. Het nieuwe dwong altijd het oude ten onder te gaan, maar is dat nog wel zo? Is symbolische vadermoord nog wel mogelijk?’

Een manier om het nieuwe te begrijpen is door het te bezien in tegenstelling tot het oude. Een schrijver kan zich afzetten tegen zijn voorganger en hem symbolisch vermoorden door middel van een ronkend manifest bijvoorbeeld, of, zoals het tijdschrift Gard Sivik deed in de jaren ’60, een afbeelding op de omslag plaatsen van een verkeersbord waarop het getal 50 is doorgestreept. De ontstaansgeschiedenis van Barbarber laat een andere manier zien: je kunt ook om de dominante vader heen manouvreren, hem simpelweg negeren. Die negatie maakt het onderscheid tussen nieuw en oud minder programmatisch. Het onderwerp waarover K. Schippers, als fervent ready made kunstenaar, ongetwijfeld nog andere interessante ideeën heeft. Juist in de experimentele omgang met bestaande (‘oude’) materialen zit voor de ready made kunstenaar immers het nieuwe verborgen.

Op dit punt zou het verschil tussen oudere en nieuwere schrijvers nog wel eens zichtbaar kunnen worden. Waar bij Schippers de zoektocht naar het nieuwe leidde tot experiment en nieuwe uitdrukkingsvormen, lijkt de huidige zoektocht naar het nieuwe vooral gelegen in de manier waarop iemand zichzelf als auteur onderscheidend presenteert. Een opvatting die doorklinkt in de volgende vraag van de festival-organisatie:

De grote rol die de historische avant garde en De Stijl hebben gekregen in de Nederlandse kunsthistorie hebben zij vooral te danken aan hun eigen publiciteitscampagnes.

Hoe val je op?’

Het idee van de Barbarber-redactie om het eerste nummer gratis te verspreiden onder literatuur- en kunstliefhebbers klinkt meer dan vijftig jaar later nog steeds als een goede publiciteitsactie (overigens wordt zij door de redactie nog eens aangehaald in Barbarber  6 waarin een lijst is opgenomen van ‘diegenen die WEL het eerste nummer van Barbarber ontvingen doch die tot nu toe GEEN abonnement namen’). Maar publiciteit alleen was niet genoeg. Er moest een experimentele vorm aan te pas komen om het blad ook daadwerkelijk te laten opvallen.

De vraag naar het nieuwe blijkt uiteindelijk vooral een vraag naar het experiment en waar dat tegenwoordig gezocht en gevonden kan worden. Misschien wel in het ‘oude’ tijdschrift Barbarber?

De geest moet waaien

Festival voor het gesproken woord
van 23 t/m 26 mei in Arnhem
Gesprek tussen K. Schippers en Peter Verhelst over avant-garde en hoe het nieuwe te herkennen, onder leiding van Jannah Loontjes op vrijdag 24 mei. Meer informatie over het programma op http://www.wintertuin.nl/festivals/de-geest-moet-waaien/
Deze blog verscheen eerder op Neder-L.
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: